- Mentaal Model

2005
Mentaal Model | Items #5, 2005
We beginnen een met een paar experimenten. Denk aan een auto. Stel je voor hoe die er uitziet. Er zijn schuin van voren twee wielen zichtbaar, de voorruit met daarachter enigszins wazig door de reflectie het stuur. Vanuit ons gezichtspunt aan de rechterkant. Twee koplampen zijn zichtbaar maar van de richtingaanwijzers aan de voorkant is er één aan het zicht onttrokken. De we zien de bumper en de grill. Stel je voor hoe die er uitziet. Het merk is aan de vorm van de grill te herkennen. Draai nu de auto 180° om, zodat we naar de achterkant kijken en verander hem tegelijkertijd in een koffiezetapparaat. We kijken nu tegen de kant aan waar de handgreep van de thermoskan te zien is. En ook is nu zichtbaar waar het zwarte snoer uit het apparaat steekt.
Een andere oefening. Stel je de overkant van je straat voor. Je bent er al honderden keer doorheen gelopen, dus dat zou geen probleem moeten zijn. Probeer de gevels te zien en beschrijf hoe ze er uit zien. Dat blijkt niet mee te vallen. De details lijken glippen weg zodra we ze ons proberen voor te stellen. Kennelijk zit dat alledaagse plaatje toch niet echt als foto in ons hoofd.
Nog een lastiger experiment is om na deze zin de ogen te sluiten en dan proberen om het artikel verder te lezen van de herinnering hoe de pagina er uitziet. Dat lukt niet. Waar we ons de tekstkolom herinneren staat eigenlijk alleen maar een wazige grijze vlek. We weten genoeg details om de pagina te herkennen als we het ergens zouden tegenkomen, maar meer dan een vage beschrijving is het niet.
Je hebt net bewust met je geestesoog naar je “mentale model” gekeken. De wereld in ons hoofd is een model van de werkelijkheid. Een abstractie. Ontdaan van overbodige details. We willen graag geloven dat ons interne beeld van de wereld gelijk is aan dat wat er buiten gebeurt, maar dat is meestal niet het geval. We onthouden alleen wat ‘belangrijk’ is. De overstap naar allerlei vormen van extremistisch denken is makkelijk te maken. Sommige mensen voelen zich pas veilig bij het filteren van informatie die niet in hun mentale model van pas komt, maar dat actuele probleem valt te veel buiten het bestek van dit stukje.
Het mentale model is een begrip dat in de psychologie wordt gehanteerd. En aangezien ontwerpers soms net mensen zijn, is dat ook op hen van toepassing.
Studenten grafisch ontwerpen denken vaak dat een ontwerp al helemaal klaar in hun hoofd moet zitten, voordat ze er aan kunnen gaan schetsen of voordat ze het aan de docent zullen laten zien. Ze denken zich dan helemaal de layout te kunnen voorstellen, een speciale kleur blauw in de achtergrond met daaroverheen drie transparante foto’s boven elkaar, twee tekstkolommen met tussenkopjes en aan de bovenkant een titel die in diapositief in de bovenste foto staat . Het enige wat ze nog moeten doen is om het precies zo op papier te krijgen. Kan je je zo’n pagina voorstellen? Ik niet. Althans niet zonder het in de tussentijd ook als schetsen op papier te zetten.
Want met alleen een beschrijving van het ontwerp kan het nog veel te veel kanten op. Het lijkt dan wel alsof de student het plaatje in zijn of haar hoofd heeft, maar dat is natuurlijk niet zo. De mate van complexiteit die nodig is om te kunnen zien of te tekst in de kolom past of dat er genoeg ruimte naast de tekst voor de foto’s overblijft en of de titel in diapositief nog wel leesbaar in de foto staat, is net zo vluchtig als de tekst die we in ons hoofd proberen te lezen. Net als dat we in het eerste experiment niet verder zijn gekomen dan een vaag plaatje van de auto. We zagen een metafoor, een symbool van een auto, waarbij sommige principes zichtbaar zijn, maar niet de details. Niet een foto. En op moment dat we onze focus richten een detail, de vorm van de grill, vervaagd de rest. Dat is ook nodig. Als we, zoals in bepaalde vormen van autisme het geval is, alle details van onze omgeving zouden onthouden, hebben we geen leven. We kunnen dan niet generaliseren, zodat we ook niet kunnen voorspellen hoe we op nieuwe, vreemde situaties moeten reageren, want exact die situatie hebben we nog niet eerder meegemaakt. Om te overleven onthouden we dus net genoeg om objecten in onze omgeving te kunnen categoriseren. En daar zijn we erg goed in. Zo goed dat we ons dat proces meestal nauwelijks realiseren.
Ontwerpers moeten zich dat wel bewust zijn. Ontwerpen in je hoofd is snel. Beelddenkers kunnen zich in hun hoofd een object voorstellen, daar wijzigingen op aanbrengen en het van alle kanten bekijken. Een architect kan met dichte ogen door zijn eigen gebouw heen lopen. Het draaien van onze auto en deze tegelijkertijd veranderen in een koffiezetapparaat is tegenwoordig goed uit te voeren op de computer, maar het kost veel meer tijd om te programmeren dan de seconde die we er in ons hoofd voor nodig hebben. Bovendien kunnen we er in net zo weinig tijd elke andere onlogisch combinatie van maken.
Zolang we ons bewust zijn van de beperkingen, is ons mentale model van de werkelijkheid onmisbaar ontwerpgereedschap. Het is ook de enige manier waarop we met computers kunnen samenwerken omdat we ons moeten herinneren (letterlijk is her-inneren en re-mind: “opnieuw van binnen denken”) waar we onze spullen laten. Niet in een kast of op tafel, maar in de abstracte metafoor van folders en files. In de meeste desktop omgevingen is de interface inmiddels voorzien van symbolen die lijken aan te aansluiten bij ons interne beeld van de informatie. Maar in feite werkt het net zo als de hard-core programmeur die in Linux “/usr/local/lib/python” typt om zijn weg door de folder structuur te vinden.
Of www.tcd.ie/Psychology/Ruth_Byrne/mental_models om meer informatie over de bedenken van het begrip te vinden. We hebben in ons hoofd een abstracte plaatsbepaling van objecten die weinig te maken heeft met het plaatje dat we op het scherm zien.
Maar de werkelijkheid in ons hoofd is nog veel ingewikkelder dan we ons kunnen voorstellen. We kunnen namelijk ook abstracties herinneren. Welke beelden heb je bij de vraag wat de vorm is van internet? Of hoe ziet je kennissenkring er uitziet? Welke herinneringen heb je aan je jeugd als geheel? Of welke beelden heb je bij al die dingen die je had willen doen, maar nog niet aan bent toegekomen? Of wat zijn de eigenschappen van een nieuw te ontwerpen product in relatie met zijn toekomstige omgeving?
Over elk van deze dingen kunnen we denken, zonder dat er een fysieke vorm bij hoort en zonder dat we het ook daadwerkelijk gedaan moeten hebben om het ons voor te stellen. Met ons mentale model kunnen dromen van objecten die we nooit zullen bezitten en reizen naar plekken die niet bestaan. Als we ons daar wat meer in zouden oefenen, moet dat in ieder geval leiden tot meer tevredenheid. Want met die Ferrari in mijn hoofd heb ik helemaal geen echte meer nodig en kom ik toch overal.
Google woorden: “mental model”, “instructional design models”, “mental map”, “Kenneth Craik” http://www.tcd.ie/Psychology/Ruth_Byrne/mental_models




